Over de fulltime functie waar opvallend veel vrouwen in werken zonder contract, titel of salaris
Ergens in de bestuurlijke krochten van de samenleving op Struggle Eiland bestaat een ministerie waar niemand bewust solliciteert, maar waar opvallend veel vrouwen toch voltijds blijken te werken: het Ministerie van Sfeer en Onzichtbare Arbeid.
Geen cao.
Geen pensioen.
Geen leaseauto.
Geen officiële functietitel.
Hooguit af en toe een slap: “wat zouden we toch zonder jou moeten.”
Uitgesproken door iemand die daar vooral geen praktisch vervolg aan wil geven.
En toch draait alles erop.
Huishoudens. Relaties. Families. Werkvloeren. Vriendengroepen. Kerstdiners. Kinderfeestjes. Ouderapps. Teamoverleggen. De complete sociale infrastructuur hangt aan elkaar van vrouwen die geruisloos zijn benoemd tot hoofd Uitvoering & Schadebeperking.
De werkdag begint meestal zodra iemand anders denkt: “goh, alles loopt eigenlijk best lekker.” Dat is vaak het eerste teken dat ergens een vrouw al uren op de achtergrond staat te draaien als een menselijke noodvoorziening.
Zij heeft dan al gezien dat het kind te moe is, dat haar partner weer zo’n dag heeft waarop hij zich gedraagt als een intern ontspoorde CEO, dat schoonmoeder straks iets zegt wat nét subtiel genoeg is om geen ruzie over te kunnen maken maar precies hard genoeg om de avond te verpesten, en dat er morgen op kantoor een overleg ontspoort omdat drie mannen met functietitels van acht lettergrepen allemaal denken dat “we nemen het mee” hetzelfde is als een besluit.
Dus wat doet zij?
Zij voelt aan.
Zij onthoudt.
Zij plant vooruit.
Zij vangt op.
Zij vertaalt.
Zij sust.
Zij doseert.
Zij maakt een grapje.
Zij herformuleert iets wat allang duidelijk was, maar nu op een toon die geen fragiel ego direct in gruzelementen laat vallen.
Een soort 112, maar dan met mascara.
En het mooie is: niemand noemt dit werk.
Dat is de smerigste goocheltruc van de moderne Struggle samenleving. Complete systemen draaien op vrouwelijke compensatie, en vervolgens framen we dat als iets liefs. Iets natuurlijks. Iets waar vrouwen “gewoon goed in zijn”.
Alsof vrouwen ’s avonds uitgeput op de bank ploffen omdat ze zo dol zijn op rekening houden, vooruitdenken en sociaal asbest uit de lucht filteren.
Nee, schat.
Dat heet arbeid.
Onzichtbare, smerige, eindeloze arbeid.
En die arbeid blijft onzichtbaar zolang je hem goed uitvoert.
Niemand zegt:
wat knap dat jij permanent drie stappen vooruitdenkt om te voorkomen dat dit huishouden, deze relatie, deze familie of deze werkvloer binnen twintig minuten verandert in een open riool van gekrenkte ego’s, vergeten afspraken, niet behaalde resultaten en mensen die “zo bedoel ik het helemaal niet” zeggen nadat ze exact hebben gezegd wat ze bedoelden.
Nee. Mensen zeggen:
“Gezellig toch?”
Of nog erger:
“Dat gaat toch vanzelf?”
Ja.
Net als de afwas.
Net als een kinderverjaardag.
Net als een soepel lopende werkweek.
Net als een kerstdiner zonder explosies.
Alles gaat vanzelf, zolang ergens op de achtergrond een vrouw zichzelf in keurige plakjes staat te raspen tot smeerolie voor andermans onderontwikkeling.
Dat is ook het verraderlijke aan sfeerwerk. Het klinkt klein. Zacht. Decoratief bijna. Alsof het gaat om kaarsjes, servetten en een plaid over de stoel.
Maar sfeer is meestal helemaal geen decoratie.
Sfeer is schadebeperking.
Sfeer is de naam die we geven aan al het onzichtbare correctiewerk dat nodig is om te voorkomen dat mensen zich precies zo houterig, egocentrisch en onaangepast gedragen als kennelijk diep vanbinnen hun roeping was.
Gezellig is geen sfeer.
Gezellig is management.
Kerst? Management.
Verjaardagen? Management.
Schoonfamilie? Crisismanagement.
Weekendjes weg? Logistiek met decorverlichting.
Schoolappgroepen? Digitale oorlogsvoering.
Werkoverleggen? Humanitaire hulpverlening met notulen.
En probeer dát maar eens hardop te zeggen.
Dan ben je ineens zwaar.
Of verbitterd.
Of niet zo leuk de laatste tijd.
Want vrouwen mogen in dit systeem best veel doen, zolang het maar niet zichtbaar wordt dát ze iets doen.
Dat is de deal.
Je mag dragen, maar niet hijgen.
Je mag oplossen, maar niet tellen.
Je mag anticiperen, maar niet benoemen dat jij alweer vier rampscenario’s voor bent geweest terwijl Kees nog steeds vraagt waar de boter ligt alsof hij vannacht uit een ei is gekropen.
En ondertussen wordt die hele handel verkocht als liefde. Als zachtheid. Als vrouwelijkheid. Als: “jij bent daar gewoon goed in”.
Ja.
En een trauma-chirurg is ook goed in bloed.
Dat wil nog niet zeggen dat je er geen loonstrook tegenover mag zetten.
Want veel van wat vrouwen zogenaamd zo natuurlijk kunnen, is helemaal niet natuurlijk. Het is aangeleerd. Omdat de prijs van het níet doen vaak hoger lag. Omdat het leven direct onaangenamer wordt als jij niet langer de sociale schokdemper bent van mensen die volwassenheid verwarren met volume.
Dus ga je maar weer.
Nog even die toon verzachten.
Nog even dat cadeau regelen.
Nog even onthouden dat er geen melk meer is.
Nog even zorgen dat het kind zijn gymschoenen meeheeft.
Nog even een conflict opvangen.
Nog even een overleg leesbaar maken voor mensen die praten alsof ze een PowerPoint met koorts zijn.
En het smerigste deel?
Als je ermee stopt, merkt iedereen het meteen.
Niet omdat ze jou zo waarderen.
Maar omdat hun gratis infrastructuur wegvalt.
Dan is de sfeer ineens “anders”.
Dan ben jij “kortaf”.
Dan voelt iemand zich “niet gezien”.
Dan is het thuis “zo gespannen de laatste tijd”.
Dat woord ook: kortaf.
Alsof dat het begin was.
Kortaf is zelden het begin.
Kortaf is meestal fase 38.
Daarvoor kwamen nog: rekening houden, nuanceren, begrip tonen, inschatten, herformuleren, sociaal dempen, praktisch oplossen, nog een keer uitleggen, nog een keer niet reageren, nog een keer wel reageren maar beheerst.
Kortaf is niet het begin.
Kortaf is de rook die uit de machine komt.
En dan heb je ook nog kantoor, waar exact hetzelfde patroon ineens een net colbertje aankrijgt. Dan heet het geen sfeerbeheer meer, maar “communicatief sterk”, “verbindend” of, braakemmer gereed, “goed op de relatie”.
Alsof je niet gewoon de sociale rotzooi staat op te ruimen van mensen die zichzelf heel zakelijk vinden omdat ze nog nooit twee seconden hebben nagedacht over hun impact op anderen.
Voor de duidelijkheid: dit is geen pleidooi voor kilte. Het punt is niet dat zorgzaamheid fout is.
Het punt is dat zorgzaamheid op dit eiland veel te vaak wordt misbruikt als gratis opvangnet voor andermans onderontwikkeling.
En dat vrouwen dat vervolgens ook nog charmant moeten doen.
Met een glimlach.
Met iets lekkers op tafel.
Met de juiste toon.
Niet te fel.
Niet te koel.
Niet te zichtbaar.
Maar goed. Er zit ook iets hoopgevends in.
Steeds meer vrouwen stoppen ermee.
Niet meteen groots en meeslepend — we zijn tenslotte geen Franse spoorwegarbeiders — maar wel op kleine, venijnige manieren. Ze vangen minder op. Ze herinneren minder. Ze plamuren minder dicht. Ze laten stiltes vallen waar die al die tijd prima zelf hadden mogen liggen.
En dan zie je iets prachtigs.
Paniek.
Want dan blijkt ineens dat “gezellig” helemaal geen neutrale toestand was.
Dat was gewoon arbeid met waxinelichtjes.
Dan blijkt harmonie niet gratis.
Dan blijkt zachtheid constant een vinger aan de pols nodig te hebben.
Dan blijkt begrip geen onuitputtelijke grondstof.
Dan blijkt een heleboel mensen jarenlang hebben geleund op een vrouwelijke noodstroomvoorziening die ze pas opmerken zodra de lichten uitgaan.
En eerlijk?
Terecht.
Misschien is het ook wel gezond als de boel af en toe even in het donker zit. Dat iemand zijn eigen cadeau regelt. Zijn eigen moeder belt. Zelf voelt hoe kaal een huis kan worden als niemand de temperatuur bewaakt.
Dat ergens een man in een keuken staat, omringd door stilte, en voor het eerst denkt:
Goh. De sfeer was dus niet vanzelf.
Nee, schat.
Dat was geen sfeer.
Dat was noodzakelijk onderhoud.

