Ik wil niet in het moment leven, ik wil gewoon op tijd vertrekken.

Er zijn mensen die altijd te laat komen.
Niet per ongeluk. Niet een keer. Niet omdat de trein niet reed of het kind zijn veters niet kon vinden.
Maar structureel. Chronisch.
Als een soort passieve-agressieve levensstijl.

En wanneer ze dan eindelijk binnen komen wandelen, zevenentwintig minuten nadat we “strak om één uur starten” hadden afgesproken, zeggen ze iets wat een variant is van:

“Sorry, ik was gewoon even lekker in het moment.”

Alsof ze een boeddhistische verlichting hebben doorgemaakt op het zebrapad terwijl ik stond te zweten in een vergaderruimte waar de airco het niet deed.

Zen-terreur: de zachte dictatuur van de los-vast mens

Wat betekent dat eigenlijk, “leven in het moment”?
Is dat een excuus om jezelf boven planning en wederzijds respect te verheffen?
Of is het gewoon een geniepige manier om te zeggen:

“Mijn comfort is belangrijker dan jouw agenda.”

Het zijn dezelfde mensen die nooit een boodschappenlijstje maken.
Die avocado’s op gevoel kopen.
Die naar IKEA gaan en geen foto’s onderweg maken zodat ze totaal onvoorbereid bij de stellages komen.
(Met andere woorden: mensen die mijn interne systeem van orde en structuur met de precisie van een sloopkogel afbreken.)

Te laat komen is geen karaktereigenschap. Het is sabotage.

Wat niemand durft te zeggen maar ik wél:
te laat komen is een vorm van sabotage.
Niet alleen van de klok, maar van vertrouwen, samenwerking en gedeelde ruimte.

Ik – als agile-gedreven, semi-gestroomlijnde moeder en efficiëntie-evangelist – plan mijn hele leven op vijf minuten nauwkeurig.
Niet omdat ik saai ben.
Maar omdat ik moet.
Omdat ik anders verzuip in een zee van kinderbedtijdschema’s, werkdeadlines, sociale verplichtingen en mentale overbelasting.

En dan komt er dus zo’n luchtig typje binnenwaaien met een latte macchiato en zegt:
“Ik leef gewoon wat intuïtiever, weet je wel?”

Nee, Sterre.
Ik weet niet wat je bedoelt.
Want mijn leven is geen spirituele sabbatical, het is een logistieke militaire operatie met een klein kind en een partner die zes keer per jaar nieuwe kleden bestelt en weer terugstuurt.

Mijn tijd is óók kostbaar. Zelfs als ik het strak heb gepland.

De aanname dat mensen met structuur minder flexibel zijn, minder leuk, minder “aanwezig in het nu” — is niet alleen fout, maar ronduit beledigend.
Ik heb geen probleem met spontaniteit.
Zolang die gepland is.

En ja, daar zit misschien wat ironie in.
Maar het werkt wél.

Want achter te laat komen zit vaak iets ongemakkelijkers

Namelijk het onvermogen om prioriteiten te stellen. Of de niet-zo-stiekeme neiging tot zelfverheerlijking (“ik bepaal het ritme”). Of gewoon angst om écht verantwoordelijkheid te nemen.

Het ergste?
Ze maken het jouw probleem.
Want nu moet jij “relativeren”, “ademhalen”, of (mijn personal favorite): “het loslaten”.

Maar waarom moet ik altijd de zenmeester zijn, terwijl jij als een verlichte lama in je eigen tijdsbesef blijft hangen?

De Eiland-metafoor die je niet zag aankomen

Op Struggle Eiland is er een attractie die “The Zen Delay” heet.
Daar word je exact 27 minuten te laat in een achtbaan gegooid, waar alle andere passagiers al drie keer hebben overgegeven.
De instructies zijn onleesbaar, de wachttijd onduidelijk, en de medewerker zegt alleen maar:

“We komen zo. Even lekker in het moment blijven, hè?”

Niemand komt ooit weer levend uit die rit.

Laatste poging tot bruggenbouw

Dus, lieve chronische laatkomer:
Ik begrijp je. Echt.
De wereld is een chaos. Structuur is moeilijk. Vertraging is menselijk.

Maar als je mij respecteert — mijn tijd, mijn energie, mijn mentale to-dolijsten —
kom dan gewoon op tijd.
Of stuur in elk geval een appje dat niet begint met “ik voelde dat ik even moest vertragen.”

Want ik voel dan meestal de neiging om een vork in je oog te steken.